WKR zou alles makkelijker maken, maar dat is niet gelukt

Bron: Salaris Vanmorgen 17-8-2021

De grote weeffout van de werkkostenregeling is dat alles wat werknemers van de werkgever krijgen wordt beschouwd als loon en dus belastbaar is.    

De gedachte achter de vrije ruimte was juist om de scherpe kantjes van het loonbegrip af te halen en niet elk voordeel voor de werknemer te belasten.

Dat zegt Frank Werger, specialist loonbelasting en premieheffingen bij accountants- en adviesorganisatie BDO en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in een artikel op fd.nl.

De werkkostenregeling zou de belastingheffing over vergoedingen en andere extraatjes van de werkgever eenvoudiger maken en administratieve lasten verminderen. Daar is weinig van terechtgekomen.

Uitzonderingen

Volgens de werkkostenregeling (WKR) is alles wat een werkgever aan de werknemer geeft loon. Door onder meer lobby’s komen er steeds meer uitzonderingen op deze regel. En uitzonderingen verkleinen de vrije ruimte voor belastingvrije vergoedingen.

Zaken die werkgevers hun werknemers op het werk verstrekken vormen een van de vele uitzonderingen in de WKR.

Er zijn goede redenen om geen belasting te heffen over verstrekkingen op het werk, aldus Frank Werger.

Dat het onderscheid tussen werkplek en niet-werkplek problematisch is, illustreert Werger aan de hand van parkeerplaatsen. Dat kan vaak belastingvrij. De vergoeding voor het parkeerabonnement voor wie met zijn eigen auto naar het werk komt, is echter wel loon volgens de Belastingdienst.

Evaluatie WKR

Uit een evaluatie van de WKR in 2018 kwam naar voren dat ook werkgevers grote moeite hebben om zich begrippen als ‘gerichte vrijstellingen’, ‘noodzakelijkheidscriterium’, ‘nihilwaarderingen’, ‘gebruikelijkheidstoets’ en ‘eindheffing’ eigen te maken. De regeling is erg complex voor werkgevers, leerde de evaluatie.

Vrije ruimte

Vóór de introductie van de regeling in 2011, destijds als keuzemogelijkheid, werd gesproken over percentages van rond 4 procent van de loonsom als vrije ruimte, herinnert Werger zich. Bij invoering was daar 1,4 procent van over. De eerste uitzonderingen hadden hun weg gevonden naar de regeling en verkleinden de vrije ruimte. Toen de WKR verplicht werd, in 2015, was de vrije ruimte gekrompen tot 1,2 procent.

‘De vrijstellingen dijen uit’, zegt de belastingadviseur. Als er voldoende discussie ontstaat, komt er weer een uitzondering bij, zoals dat werkgevers de kosten voor het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG) nu onbelast mogen vergoeden.

De vrije ruimte is ook opgegaan aan zaken die de politiek niet voor ogen had toen ze de WKR invoerde. Werkgevers gebruiken de ruimte soms voor een belastingvrije bonus, meestal aan een enkeling in het bedrijf. Het kabinet scherpte in 2016 de regels aan om dit tegen te gaan. Uit de evaluatie in 2018 werd echter niet duidelijk of dit ook is gelukt.

Thuiswerkvergoeding

Voor 2022 is een vrijstelling van loonbelasting voor thuiswerkvergoedingen aangekondigd. Die vrijstelling mag echter niet samenvallen met de belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer, merkt Werger op. ‘Wat doe je dan met mensen die thuiswerken maar wel even naar kantoor gaan voor een vergadering?’

Belastinginspecteur bevoegd

Frank Werger heeft geen pasklaar alternatief voor de WKR. Wat hem betreft krijgt de belastinginspecteur de bevoegdheid terug om aan de hand van wat maatschappelijk wordt ervaren als loon te beoordelen wat wordt belast en wat niet.

Laatste nieuws